Leeuwarden, Doopsgezinde kerk
   
Kerk
 
In 1631 werd voor het eerste op deze locatie een houten kerkgebouw gesticht. Er kwam in 1680 een stenen gebouw voor in de plaats. De kerk is gebouwd in classicische stijl en heeft geen toren. De kerk is in 1760 verbouwd. Tot 1832 stond voor de kerk nog een huis, dat in dat jaar door de kerk werd aangekocht en gesloopt. In 1832 is de huidige ingangspartij gebouwd met pilasters, die een fries en een driehoekig fronton dragen. Ook werd er een pleintje voor de kerk aangelegd. In 1837 werden eiken lambrizeringen met bijhorende banken aangebracht. In 1850 is de kerkzaal vergroot en vernieuwd. Ook in in 1889, 1943 en 1978 vonden er nog restauraties plaats.

Het interieur van de kerk is ook classicistisch. Vier kolommen dragen bogen met in het stucwerk cassettes, waarin rozetten zijn aangebracht. Op de bogen rust een koepelwerk. De kansel stamt uit de 18e eeuw en komt uit de Amsterdamse Doopsgezinde schuilkerk 'De Zon' waarna het in 1813 in Leeuwarden is geplaatst . het bevat fraai snijwerk op een koperen Louis-XVI lezenaar. In 1954 werden aan weerszijden van de preekstoel twee gebrandschilderde ramen geplaatst. Deze zijn vervaardigd door de beroemde glazenier Joep Nicolas. In de ke kerkeraadskamer naast het kerkgebouw bevindt zich nog antiek meubilair en schilderijen van Pieter Lastman, Mesdag en Lambert Jacobsz. De kerk is een rijksmonument.
 
 
Orgel
 
1786
De Amsterdamse orgelbouwer Johannes Stephanus Strümphler uit Amsterdam bouwt een tweeklaviers orgel voor de Doopsgezinde Kerk "De Zon" in Amsterdam. Bij het samengaan met de gemeente "Bij het Lam" wordt het orgel te koop aangeboden.
 
1812
De Doopsgezinde Gemeente te Leeuwarden maakt gebruik van dit aanbod. Op 13 november betaalt men ƒ 5.676,- voor 'inkoop en onkosten op het orgel' en wordt het, zonder wijzigingen, in Leeuwarden geplaatst door Albertus van Gruisen uit Leeuwarden.
 
1848
Restauratie door de Fa. L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden. Er worden wijzigingen in de dispositie doorgevoerd: op het Manuaal een Woudfluit 2' voor de Sexquialter, Cornet III voor de Mixtuur en de Fagot komt te vervallen. Op het Bovenwerk een Fluit d’Amour 4' voor de Quintadeen en voor de Cornet een Carillon.
 
1850
Fa. L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden demonteert het orgel i.v.m. de vergroting van de kerkzaal. Het orgel wordt na de verbouw opnieuw opgesteld.
 
1858
Verbouw door de Fa. L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden. Zij bouwen feitelijk een nieuw orgel achter het bestaande front, met gebruikmaking van pijpwerk van Strümphler. Er worden wijzigingen aangebracht in de dispositie. Het heeft nu, mede door de aanpassingen uit 1848, een duidelijk Biedermeijer-karakter en wel in die mate dat sindsdien wellicht van een 'Van Dam-orgel' kan worden gesproken.
 
1883
Kleine wijzigingen in de dispositie door Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden.
 
1911
Kleine wijzigingen in de dispositie door de Fa. L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden:
- herstelling, wijziging en schoonmaking
- de mechaniek werd gereviseerd
- het pedaalklavier werd vernieuwd
- de registerknoppen kregen porseleinen naamplaatjes
- de Carillon van het BW werd vervangen door een dubbelkorige
  Vox Celeste 8'
 
1942-1943
De firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden plaatst een vrij pedaal. De positie van laden, klaviatuur en mechanieken wordt veranderd. Tevens wordt de achterwand verwijderd. De Cornet werd vervangen door een Mixtuur III-IV. Adviseur is J. van Manen te Sneek.
 
1961
Restauratie door J. v.d. Bliek uit Leeuwarden. Het instrument wordt met kracht omgebogen naar een neo-barok klankbeeld. De dispositie wordt op diverse plekken gewijzigd. Adviseur is A.P. Oosterhof.
 
1982
Een onderzoek door adviseur Jan Jongepier leert, dat het orgel aan een grondige restauratie toe is. Aangezien van het oorspronkelijke orgel van Strumphler weinig meer over is, adviseert Jongepier als uitgangspunt te nemen het 'Van Dam-orgel', dat in 1858 ontstond.
 
1989-1991
Restauratie door Fa. Bakker en Timmenga uit Leeuwarden:

- De toestand van 1858 wordt hersteld. Het vrij pedaal, geplaatst in
  1943, komt te vervallen.
- Binnen de kas, waarvan de achterwand weer wordt hersteld, wordt
  een Subbas 16' aangebracht voor het pedaal, deels zelfstandig,
  deels transmissie.
- Het pedaal krijgt een keuzekoppel (koppelen naar I of II naar keuze
  met één registerknop).
- Van een reconstructie van de doorslaande Klarinet 8' op het
  Bovenwerk wordt afgezien. In plaats daarvan wordt een
  opslaande Dulciaan 8' gemaakt, als kopie van de Fagot 16'
  van het van Dam-orgel in de Grote Kerk te Enschede.
  Het orgel wordt op vrijdag 27 september 1991 weer in gebruik
  genomen met een bespeling door adviseur Jan Jongepier.
 
1996-1997
Restauratie, waarbij o.a. de orgelpijpen hun originele kleur terug kregen.
 

Dispositie

Hoofdwerk, C - g''' Bovenwerk, C - g'''
  Prestant (vanaf g)
Bourdon
Prestant
Holpijp
Octaaf
Gemshoorn
Prestant-Quint
Octaaf (1786/1991)
Woudfuit
Cornet (vanaf c)
Trompet (gedeeld, 1786/1858)
16'
16'
8'
8'
4'
4'
2 2/3'
2'
2'
III st.
8'
    Roerfluit
Violon (ca. 1865)
Viool de Gambe
Salicet
Fluit d'Amour
Quintfluit (18e eeuw/1991)
Speelfluit (1858)
Carillon D (1991)
Dulciaan (1991)
8'
8'
8'
4'
4'
3'
2'
II st.
8'
 

Pedaal, C - g Werktuigelijke registers
  Bourdon (1991, deels transmissie) 16'     Tremulant
Koppel HW - RW
Koppel Ped - HW
Koppel Ped - RW


Toonhoogte: a1 = 435 Hz.
Temperatuur: evenredig zwevend
   



Verteller : Jan Jongepier (1941-2011)
Duur : 6 minuten en 52 seconden
Bron : Radio opname Omrop Fryslân uit 1993
 

 
 
Helaas laat deze oude opname aan kwaliteit te wensen over.
 
 







stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard
 


 
 
Naar menu
 
 
 
 
 
 
 
       
 
 
 
 
               
 
 
 
 

 Audio    🕩